Een e-mail van twee woorden bleek genoeg: ‘Is akkoord.’ Daarmee zat een BV vast aan een lening van €620.000, oordeelde Rechtbank Midden-Nederland in kort geding.

De zaak is een schoolvoorbeeld van hoe snel je in het contractenrecht kunt vastzitten aan wat je schrijft. In dit artikel leg ik uit hoe de rechter naar korte mails met vage afspraken kijkt en wat je als ondernemer beter wél vastlegt.

Uiteindelijk won de leninggevende BV de zaak wel, want de lener moest het openstaande bedrag van €340.000 terug gaan betalen, met de afgesproken 4% rente en de proceskosten.

Het korte akkoord betekende vooral dat de BV niet kon volhouden dat het geld zonder rechtsgrond was betaald, zij moest aantonen dat sprake was van een lening én dat die inmiddels opeisbaar was.

Wat speelde er in deze zaak?

Een BV had twee aandeelhouders van elk 50%. Beide waren ook bestuurder van die BV. Een van hen, zelf ook een BV, vroeg per mail of zij ‘binnenkort’ €620.000 mocht lenen. Tijdelijk, stond erbij, en spoedig terug na de verkoop van enkele assets.

De andere aandeelhouder antwoordde kort en goed met: “Is akkoord.” Zo’n tweeënhalve maand later, op 21 januari 2026, ging het geld naar de lener. Een deel kwam terug, maar €340.000 stond nog open. De BV stapte daarom naar de voorzieningenrechter.

Is ‘akkoord’ in een e-mail een bindende overeenkomst?

Volgens de BV was nooit afgesproken dat de lener het bedrag op dat moment opnieuw mocht lenen. Dat lag iets genuanceerder dan simpelweg zeggen dat er nooit een lening was afgesproken. Partijen hadden namelijk al eerder besproken dat de BV tijdelijk €620.000 zou overmaken.

Dat gebeurde op 28 oktober 2025 ook daadwerkelijk, maar toen stond het geld slechts één dag op de rekening van de lener. Volgens de BV betekende die eerdere afspraak niet dat de lener het bedrag enkele maanden later opnieuw mocht opnemen.

De bestuurder die vervolgens per mail ‘Is akkoord’ schreef, verklaarde dat hij met zijn antwoord op die eerdere situatie doelde en dus iets anders bedoelde dan toestemming voor een nieuwe lening. Dat hij de dag na de latere overboeking verbaasd reageerde, vond de rechter ook oprecht. Toch was uiteindelijk beslissend wat de lener redelijkerwijs uit zijn woorden mocht begrijpen.

Dat sluit aan bij de bekende Haviltex maatstaf: bij de uitleg van een overeenkomst kijkt een rechter niet alleen naar de letterlijke woorden of naar wat iemand achteraf zegt ermee te hebben bedoeld. Het gaat vooral om wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs uit elkaars woorden en gedrag mochten begrijpen en verwachten.

Het hielp de BV hier dan ook niet dat de bestuurder met ‘Is akkoord’ naar eigen zeggen iets anders bedoelde. Een overeenkomst ontstaat door aanbod en aanvaarding, en daarvoor heb je geen formeel contract nodig.

Wie vraagt om binnenkort €620.000 te mogen lenen en daarop ‘Is akkoord’ terugkrijgt, mag er in deze omstandigheden op vertrouwen dat er een deal ligt. Uit de berichten van die dag leidde de rechter zelfs af dat er 4% rente was afgesproken.

Opvallend detail: de BV bracht de zaak eerst als onverschuldigde betaling, dus geld betaald zonder geldige reden. De rechter wees de vordering uiteindelijk toe op grond van nakoming van de lening. Dat kon omdat de BV die grondslag op de zitting ook had aangevoerd.

gmail

Hoe lang mag ’tijdelijk’ duren?

In de mail stond geen vaste terugbetaaldatum. Er stonden alleen woorden als ’tijdelijk’ en ‘spoedig’, gekoppeld aan de verkoop van enkele assets. De lener vond daarom dat ze nog niet hoefde te betalen.

De rechter in ECLI:NL:RBMNE:2026:6322 zag dat anders. Hoe ruim je die woorden ook uitlegt, na ruim acht maanden is ’tijdelijk’ voorbij. Zwaar woog dat alleen de lener de verkoop in de hand had. De uitlener wist er niets van en had er geen enkele invloed op.

“Inmiddels zijn we acht maanden verder. Dat is meer dan genoeg geweest.” — De voorzieningenrechter

Hier zit een risico voor iedereen die geld uitleent. Koppel je de terugbetaling aan iets wat alleen de lener kan doen? Dan kan die het moment blijven uitstellen. In deze zaak greep de rechter in, maar daar was wel een procedure voor nodig.

Wanneer geldt de wettelijke termijn van zes weken?

De BV beriep zich ook op artikel 7:129e van het Burgerlijk Wetboek. Volgens dit artikel moet een lener het geld binnen zes weken terugbetalen nadat de uitlener erom vraagt. Maar alleen als partijen niets over terugbetaling hebben afgesproken.

Die claim ging niet op. Hier was namelijk wel iets afgesproken: vaag, maar concreet genoeg. Zodra er een afspraak over het moment van terugbetalen ligt, hoe mager ook, valt dit wettelijke vangnet weg.

Vertrouw dus niet op de wet als achtervang. Zet in je afspraak altijd een harde datum, of een uiterste termijn voor als de verwachte gebeurtenis uitblijft. Bijvoorbeeld: terugbetaling na de verkoop van de assets, maar uiterlijk op 1 juli.

Kan een medebestuurder een procedure blokkeren?

De uitspraak draait vooral om contractenrecht, maar raakt ook aan twee andere rechtsgebieden. Zo komt de samenwerking binnen een BV aan bod en speelt de vraag wie namens de vennootschap een procedure mag voeren.

De lener had nog een verweer. Volgens de statuten moest de BV door twee bestuurders worden vertegenwoordigd. De tweede bestuurder was de lener zelf. En die wilde natuurlijk niet tegen zichzelf procederen.

Slim bedacht, maar de rechter ging er niet in mee. Anders kon de BV alleen een zaak tegen de lener beginnen als de lener dat zelf goedvond. Aandeelhouders en bestuurders moeten elkaar te goeder trouw behandelen. Dan loop je niet weg voor een inhoudelijke discussie met formele argumenten.

Werk je samen in een joint venture of een BV met twee gelijke aandeelhouders? Regel dan vooraf wat er gebeurt bij een tegenstrijdig belang. Leg in de statuten én in de aandeelhoudersovereenkomst vast wie de vennootschap dan vertegenwoordigt. Zo voorkom je dat je vastloopt of bij de Ondernemingskamer eindigt.

Mag je je eis vlak voor de zitting nog uitbreiden?

Kort voor de zitting breidde de BV haar eis uit. Ze wilde inzage in de berichten tussen de lener en de huisbank, en een verbod op contact met de bank en een andere schuldeiser. Dat mag in principe tot op de zitting, zolang de ander kan reageren.

Inhoudelijk strandden beide vorderingen wel. De lener ontkende dat er contact met de bank was geweest. Er waren ook geen aanwijzingen dat zij de bank op eigen houtje zou benaderen. Een vermoeden alleen is te weinig voor zo’n ingreep. Onderbouw je vorderingen dus vanaf het begin met feiten.

email laptop

Wat betekent dit voor jou als ondernemer?

Behandel elke zakelijke mail, app of chat alsof je er een handtekening onder zet. Twijfel je of iets als afspraak bedoeld is? Vraag door voordat je ‘akkoord’ typt. Leg geldleningen, ook tussen bekenden of mede-aandeelhouders, vast met bedrag, rente en een uiterste terugbetaaldatum.

Let wel: dit is een kort geding en dus een voorlopig oordeel. Een bodemrechter kan er later nog anders over denken. De lijn sluit wel aan bij hoe rechters overeenkomsten doorgaans uitleggen.

Vijf praktische punten uit de uitspraak

Wat betekent deze uitspraak voor ondernemers? Deze vijf punten zijn in mijn optiek relevant bij afspraken, leningen en vertegenwoordiging van de onderneming:

Contracten en leningen

  • Een e-mail kan een contract zijn. Een kort ‘akkoord’ op een concreet voorstel levert al snel een bindende overeenkomst op. Wat de ander uit je woorden mocht begrijpen, telt zwaarder dan wat jij bedoelde.
  • Vage termijnen hebben een grens. Woorden als ’tijdelijk’ en ‘spoedig’ geven de lener ruimte, maar niet eindeloos. Zeker niet als alleen de lener bepaalt wanneer terugbetaling aan de orde is.
  • Leg altijd een uiterste terugbetaaldatum vast. De wettelijke termijn van zes weken geldt alleen als er niets is afgesproken. Een vage afspraak schakelt dat vangnet al uit.

Samenwerken en procederen

  • Regel tegenstrijdig belang vooraf. Leg in de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst vast wie de vennootschap vertegenwoordigt als een bestuurder zelf de tegenpartij is.
  • Onderbouw je vorderingen met feiten. Je mag je eis tot op de zitting uitbreiden, maar zonder concrete aanwijzingen wijst de rechter nieuwe vorderingen af.

En het beste van dit alles? Geen van deze punten vraagt om dikke contracten. Vaak volstaat een korte, heldere afspraak op papier, gemaakt voordat er geld over de rekening gaat.

Duidelijkheid voorkomt discussie in contractenrecht

Een korte mail kan net zo bindend zijn als een uitgebreid contract. Rechters kijken naar wat de ander uit je woorden mocht begrijpen, niet naar wat je bedoelde. Vage termijnen geven de lener ruimte, maar ook niet eindeloos zoals dit kort geding goed laat zien.

Maar eigenlijk wil je dit soort discussies altijd voorkomen. Leg daarom afspraken over geld, termijnen en vertegenwoordiging helder vast, zeker in een BV met twee gelijke partners. Twijfel je over een lopende afspraak of mailwisseling? Laat die dan door onze contractenrecht advocaten in Amsterdam tijdig juridisch toetsen.