De gemeente Delft legt zich voorlopig nog niet neer bij de uitspraak van de rechtbank dat zij ruim 750.000 euro moet betalen aan ondernemer Olaf Lawerman. De zaak draait om een fout in de vergunningsprocedure rond de bouw van een shortstay hotel aan de Koornmarkt in Delft. Volgens de rechtbank heeft de gemeente daarbij onrechtmatig gehandeld, waardoor de ondernemer financiële schade heeft geleden.

Delft ziet dat anders en heeft daarom besloten in hoger beroep te gaan. Volgens het stadsbestuur bevat het vonnis inhoudelijke fouten. De gemeente denkt daarom dat er bij het gerechtshof nog ruimte is voor een gunstigere uitkomst.

Fout in de vergunningsprocedure

De kern van het conflict ligt bij een vergunning die in 2021 werd verleend. Die vergunning werd eerst afgegeven via een korte, reguliere procedure. Toen daar bezwaren tegen kwamen, trok Delft de vergunning later weer in. Op verzoek van de ontwikkelaar werd daarna alsnog de uitgebreide procedure gevolgd.

Volgens ondernemer Lawerman heeft juist die gang van zaken voor een behoorlijke vertraging gezorgd. Daardoor liep zijn project vertraging op en ontstond volgens hem financiële schade. De rechtbank geeft hem op dat punt gelijk en oordeelde dat de gemeente een procedurefout heeft gemaakt die niet zonder gevolgen kon blijven.

Lees ook: Advocaat geschrapt die jaarlijks 1.700 zaken deed

Gemeente betwist oordeel en schadeperiode

De rechtbank besloot dat Delft ruim 7,5 ton aan schadevergoeding moet betalen, plus wettelijke rente en proceskosten. Dat is een flink bedrag, al ligt het nog ver onder de oorspronkelijke claim van de ondernemer. Lawerman had namelijk een schadebedrag van 1,8 miljoen euro gevorderd.

De gemeente wil in hoger beroep niet alleen het oordeel over het onrechtmatig handelen aanvechten, maar ook de periode waarin de schade volgens de rechtbank is ontstaan. Dat is belangrijk, omdat juist die periode veel invloed heeft op de uiteindelijke hoogte van de schadevergoeding.

Niet alle schade kwam voor rekening van Delft

Opvallend is dat de rechtbank niet alle kosten bij de gemeente neerlegde. Een deel van de schade bleef juist voor rekening van de ondernemer zelf. Daarbij gaat het onder meer om kosten die samenhingen met het starten van de bouw voordat de vergunning definitief was. Denk bijvoorbeeld aan gevolgen van een bouwstop.

Dat maakt de zaak juridisch interessant. De rechter erkent wel dat de gemeente fouten heeft gemaakt, maar zegt tegelijk dat niet alle financiële gevolgen automatisch op Delft kunnen worden afgewenteld. Juist over die verdeling van verantwoordelijkheid lijkt het hoger beroep nu vooral te gaan.

De ondernemer heeft inmiddels laten weten voorlopig nog niet inhoudelijk te reageren op het besluit van de gemeente.

Verder lezen: Jonge advocaten willen minder vaak partner worden