Slimme brillen met camera, microfoon en kunstmatige intelligentie maken het mogelijk om vrijwel ongemerkt beelden vast te leggen en direct te analyseren. Dat roept ook veel nieuwe vragen op over portretrecht, privacy en de strafrechtelijke grenzen van heimelijke opname.
Bestaande regels, een nieuwe praktijk
Juridisch draait het niet zozeer om de AI-bril zelf, maar om het gebruik. Wie wordt gefilmd, waar gebeurt dat, is de opname kenbaar en wat gebeurt er vervolgens met de beelden?
Bij een smartphone is vaak zichtbaar dat iemand filmt, omdat het toestel bewust wordt gericht. Bij een AI-bril kan de camera onderdeel zijn van een ogenschijnlijk normale bril en daardoor voor omstanders gemakkelijk onopgemerkt blijven.
Dezelfde regels over portretrecht, persoonsgegevens en heimelijke opnamen blijven gelden. De toepassing wordt echter ingewikkelder wanneer nauwelijks zichtbaar is dat iemand wordt gefotografeerd, gefilmd of met behulp van software geanalyseerd.
AI-bril en portretrecht
Het portretrecht geeft iemand geen algemeen recht om nooit gefotografeerd of gefilmd te worden. Het wordt vooral relevant wanneer een herkenbaar portret openbaar wordt gemaakt, bijvoorbeeld via sociale media, een website of videoplatform.
Artikel 21 Auteurswet bepaalt bij een niet in opdracht gemaakt portret dat openbaarmaking door degene aan wie het auteursrecht toekomt niet is toegestaan voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich daartegen verzet.
Zo’n redelijk belang kan bijvoorbeeld bestaan uit bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Of publicatie toelaatbaar is, hangt af van de context, het doel, de herkenbaarheid en een afweging van de betrokken belangen.
Artikel 21 ziet letterlijk op openbaarmaking door de auteursrechthebbende, maar ook buiten die specifieke situatie kunnen publicaties juridisch problematisch zijn, bijvoorbeeld op grond van de AVG, het recht op privacy of onrechtmatige daad.
Wanneer is de AVG van toepassing?
Naast het portretrecht kan de Algemene verordening gegevensbescherming van toepassing zijn. Een herkenbaar gezicht is een persoonsgegeven wanneer iemand direct of indirect aan de hand van het beeld kan worden geïdentificeerd.
Voor uitsluitend persoonlijk of huishoudelijk gebruik kan een uitzondering gelden. Zodra beelden breder worden verspreid of voor andere doeleinden worden verwerkt, kan de AVG gelden en moet voor de verwerking in beginsel een geldige grondslag bestaan.
Grondslagen volgens Autoriteit Persoonsgegevens
De juridische gevoeligheid neemt toe wanneer een AI-bril gezichten technisch analyseert om personen uniek te identificeren. Dan kunnen biometrische persoonsgegevens worden verwerkt, waarvoor onder de AVG een aanzienlijk strenger beschermingsregime geldt.
Ook mediarechtelijk roept het gebruik van AI-brillen de nodige vragen op. Zo stelt de Europese AI-verordening grenzen aan bepaalde toepassingen van biometrische identificatie en categorisering. Niet iedere AI-functie is verboden, maar toepassingen die personen identificeren of gevoelige kenmerken afleiden kunnen wél aan strenge regels zijn gebonden.
Hoe minder zichtbaar de opname, hoe belangrijker de juridische context van gebruik wordt.
Wanneer kan filmen met een AI-bril strafbaar zijn?
Ook het strafrecht kan een rol spelen: artikel 139f Wetboek van Strafrecht ziet bijvoorbeeld toe op heimelijke beeldopnamen van personen in woningen en andere niet voor het publiek toegankelijke plaatsen met een niet duidelijk kenbaar technisch hulpmiddel. Artikel 139f Wetboek van Strafrecht
Voor publiek toegankelijke plaatsen geldt artikel 441b Wetboek van Strafrecht. Die bepaling ziet op het wederrechtelijk vervaardigen van een afbeelding met een ‘daartoe aangebracht technisch hulpmiddel’ waarvan de aanwezigheid niet duidelijk kenbaar is gemaakt.
Juist de woorden ‘daartoe aangebracht’ zijn bij AI-brillen interessant, want uit de wetsgeschiedenis volgt dat niet íedere camera hieronder valt: het hulpmiddel moet zijn aangebracht met het oogmerk om afbeeldingen van personen te vervaardigen.
De wetsgeschiedenis laat bovendien zien dat ‘aangebracht’ een extra activiteit rond de plaatsing veronderstelt. Een openlijk gebruikte handcamera valt daar doorgaans buiten, terwijl een camera die voor heimelijke opname in een voorwerp wordt verborgen er wel onder kan vallen.

Er bestaat ook rechtspraak over een camerabril. In een beslagprocedure uit 2013 vond de rechtbank voorlopig dat apparatuur in of aan de bril als ‘aangebracht’ kon gelden; de Hoge Raad gaf daarover echter geen definitief inhoudelijk oordeel, zie ECLI:NL:HR:2013:142.
Daarmee staat nog niet vast hoe artikel 441b moet worden toegepast op moderne consumentenbrillen waarin de camera standaard door de fabrikant is geïntegreerd. Juist dat maakt de kwalificatie van huidige AI-brillen juridisch interessant.
Huisregels kunnen aanvullende grenzen stellen
Organisaties kunnen via huisregels of toegangsvoorwaarden aanvullende beperkingen stellen. Voor ziekenhuizen, scholen, rechtbanken, kantoren en evenementenlocaties is het verstandig bestaand foto en filmbeleid expliciet uit te breiden naar AI-brillen en andere draagbare opnameapparatuur.
Wie beelden online deelt, krijgt met meer te maken dan alleen portretrecht.
Wat als beelden online worden geplaatst?
Wie ontdekt dat beelden zonder toestemming online zijn geplaatst, kan de plaatser of het platform om verwijdering verzoeken. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen het portretrecht, de AVG, onrechtmatige daad of (bij heimelijke opnamen) zelfs het strafrecht daarvoor aanknopingspunten bieden.
Welke route het meest geschikt is, hangt onder meer af van de manier waarop de beelden zijn gemaakt, het doel van de publicatie en wat er met de opname gebeurt. De juridische beoordeling verschilt daardoor per situatie.
Kortom, AI-bril is niet automatisch verboden
Filmen met een AI-bril is niet automatisch verboden. Maar of het juridisch is toegestaan, hangt vooral af van waar en hoe je filmt, of iemand herkenbaar in beeld komt en wat je daarna met de opname doet.
Zodra beelden worden gedeeld, gezichten worden herkend of iemand ongemerkt wordt gefilmd, kunnen verschillende regels tegelijk een rol spelen. Juist doordat AI-brillen nauwelijks opvallen en steeds meer kunnen analyseren, nemen de juridische risico’s logischerwijs toe.
Verder lezen: Hoe werkt portretrecht op social media?