Gamma en Karwei mogen hun “Amelie tuinstoel” en “Amelie loungeset” nergens meer verkopen in de Europese Unie. Dit besliste de rechtbank Den Haag op 22 juli 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:27094), in een zaak die het Belgische meubelmerk Vincent Sheppard aanspande. Volgens de rechter lijken de Amelie-producten inderdaad te veel op de KODO-stoel en loungebank van Vincent Sheppard.
Modelrecht voor de stoel, auteursrecht voor de loungeset
Vincent Sheppard maakt tuin- en interieurmeubels, waaronder de KODO-collectie: een eetkamerstoel en een loungebank met een opvallende, gebogen rugleuning van geweven draad.
Gamma en Karwei brachten met de Amelie tuinstoel en Amelie loungeset vergelijkbare meubels op de markt. Volgens Vincent Sheppard leken die te veel op haar KODO-ontwerpen. Het bedrijf vroeg Intergamma, het moederbedrijf achter beide winkelketens, de verkoop te staken. Toen Intergamma daar geen gehoor aan gaf, stapte Vincent Sheppard naar de rechter.
De rechter beoordeelde de twee meubels via twee verschillende juridische routes: de tuinstoel via het modelrecht, de loungeset via het auteursrecht. Dat onderscheid is de kern van deze zaak en het loont om dit goed te begrijpen, want het zijn twee heel verschillende toetsen.
Spoor 1: De tuinstoel en het modelrecht
Vincent Sheppard had de vorm van haar KODO-stoel laten registreren als “Uniemodel”: een Europese ontwerpregistratie die bescherming geeft tegen namaak, vergelijkbaar met een merk maar dan voor het uiterlijk van een product. Bij zo’n geregistreerd model gaat het om één simpele vraag: roept het andere product bij een oplettende koper een andere algemene indruk op, of niet?
Intergamma probeerde eerst de registratie zelf onderuit te halen, door te wijzen op twee oudere stoelen die er ook al zo uitzagen. De rechter was het daar niet mee eens: de KODO-stoel heeft een hoger zitvlak, mist het brede houten draagkader van die andere stoelen, en heeft een heel eigen rugleuning. Het model bleef dus geldig.
Daarna vergeleek de rechter de KODO-stoel met de Amelie tuinstoel. Oordeel: “nagenoeg identiek”. Er waren wel kleine verschillen (één buis in plaats van twee, een extra staafje tussen de voorpoten) maar die vielen volgens de rechter in het niet. Voor de koper in de winkel ziet het er gewoon hetzelfde uit, en dát is precies waar het modelrecht om draait.

Spoor 2: De loungeset en het auteursrecht
Voor de loungebank had Vincent Sheppard geen aparte registratie. Dat hoeft ook niet: auteursrecht ontstaat automatisch, zodra iets origineel genoeg is. Maar “origineel genoeg” is bij meubels lastiger te bewijzen dan je zou denken. De rechter moet écht overtuigd raken dat er bewuste, creatieve keuzes zijn gemaakt en niet alleen praktische of voor de hand liggende oplossingen.
Vincent Sheppard had daarvoor een sterk bewijsstuk: een schriftelijke toelichting van haar ontwerpbureau, geschreven tijdens het designproces in 2017. Daarin stond precies uitgelegd waarom de rugleuning zo gebogen en opgedeeld is, waarom het weefpatroon zo gekozen is, en waarom de achterpoten juist in die hoek staan. Dat overtuigde de rechter: dit was geen toeval, maar bewust ontwerp. De loungebank kreeg dus auteursrechtelijke bescherming.
Vervolgens keek de rechter of de Amelie loungeset die creatieve elementen herkenbaar had overgenomen. Ook hier waren de verschillen (iets langere zijkanten, minder dwarsstaven in de rugleuning) te klein om de conclusie te veranderen: inbreuk.
Ook opvallend: de rechter verwijst zes keer naar een heel recent arrest van het Europese Hof van Justitie (4 december 2025, de zaak Mio/Konektra). Dat arrest legde net iets scherper vast wanneer een gebruiksvoorwerp zoals een stoel, een lamp of een tafel auteursrechtelijk beschermd kan zijn, ook als de losse onderdelen op zichzelf niet bijzonder zijn. Deze Haagse uitspraak past dat nieuwe Europese kader voor het eerst concreet toe op meubeldesign.

De gevolgen: meer dan alleen een verkoopstop
De rechter legde Intergamma een stevig pakket maatregelen op:
- Een verbod om de Amelie-producten nog aan te bieden, waar dan ook in de EU;
- De verplichting om binnen vijftien dagen opgave te doen van hoeveel exemplaren zijn ingekocht, verkocht en nog op voorraad liggen;
- Een bevel om binnen vijf dagen aangetekende brieven te sturen naar alle zakelijke afnemers (inclusief eigen franchisenemers) met een door de rechter voorgeschreven tekst;
- Een dwangsom tot €250.000 bij overtreding;
- Een proceskostenveroordeling van ruim €19.000.
Dat laatste bedrag is flink hoger dan bij een gewone rechtszaak, want in zaken over intellectueel eigendom mag de winnende partij namelijk de daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten claimen, in plaats van het gebruikelijke, veel lagere standaardbedrag.
In IE-zaken kan de winnende partij een groter deel van haar advocaatkosten vergoed krijgen.
Niet de eerste keer..
Het is overigens niet voor het eerst dat Gamma voor een dergelijke zaak voor de rechter moest verschijnen. Zo herinnerde ik mij een vonnis uit 2004 waarin Gamma een kinderstoel uit de schappen moest halen die te veel leek op de (beroemde) Tripp Trapp van Stokke.
Dat dezelfde soort fout zich herhaalt, zegt iets over risico’s bij grote retail ketens: wie goedkope alternatieven inkoopt bij externe leveranciers zonder goed te checken of die producten te dicht op bestaand design zitten, loopt een serieus risico dat de winkelketen uiteindelijk zelf wordt aangesproken, en niet de fabrikant.
Wat je hieruit meeneemt
Voor ontwerpers en meubelmerken is de belangrijkste les: bescherm je ontwerp waar mogelijk dubbel. Een modelregistratie is relatief eenvoudig te bewijzen, maar auteursrecht kan nét dat stukje extra dekking geven voor producten die je (nog) niet hebt laten registreren, mits je kunt aantonen dát er creatief is nagedacht.
Bewaar daarom je schetsen, ontwerpnotities en de onderbouwing van je keuzes; in deze zaak bleek dat het verschil te maken.
Voor retailers is er ook een belangrijke les te trekken: een “vergelijkbaar” of “geïnspireerd op” product inkopen is geen vrijbrief. Lijkt het te veel op een beschermd ontwerp, dan ben jíj degene die voor de rechter moet verschijnen met alle kosten, dwangsommen en eventuele reputatieschade van dien.