Als een bedrijf omvalt, gaat een curator als eerste op zoek naar wat er in de maanden daarvóór is gebeurd. Want faillissementen kondigen zich zelden zonder waarschuwing aan en (sommige) bestuurders weten dat maar al te goed.
Snel nog een pand overdragen aan de partner, een schuld aflossen bij de eigen holding of een machine voor een vriendenprijsje verkopen aan een bevriend bedrijf: het zijn klassieke pogingen om vermogen buiten het bereik van schuldeisers te houden.
Dat soort handelingen heeft een naam: paulianeus handelen. De curator heeft de bevoegdheid om zulke transacties ongedaan te laten maken, soms tot jaren terug. In dit artikel legt Legals uit wat het inhoudt, wanneer het speelt en hoe het er in de praktijk uitziet.
Wat is paulianeus handelen?
Paulianeus handelen betekent dat iemand bewust bezittingen wegsluist, verkoopt of overdraagt om schuldeisers te benadelen. Bijvoorbeeld: vlak voor faillissement een huis goedkoop aan familie verkopen, zodat schuldeisers er niet meer bij kunnen.
De term komt van de actio Pauliana, een oud-Romeins rechtsmiddel waarmee schuldeisers bedrieglijke vermogensverplaatsingen konden aanvechten. In het Nederlandse recht staat dit in artikel 3:45 BW voor situaties buiten faillissement, en in artikel 42 Fw daarbinnen.
Wat het begrip lastig maakt, is dat de handeling zelf niet altijd onwettig hoeft te zijn. Een bestuurder die een schuld betaalt, doet in principe niets verkeerds. Maar betaalt hij alleen zijn eigen holding terwijl alle andere schuldeisers droogstaan, dan is die betaling (hoe formeel correct ook) in onze ogen tóch aanvechtbaar.
Buiten faillissement kan elke schuldeiser zelf een beroep doen op de pauliana. Binnen faillissement is dat de exclusieve taak van de curator. Hij treedt op namens alle schuldeisers en kan daartoe administratie opvragen, bankafschriften inzien en zo nodig naar de rechter stappen.

Wanneer paulianeus handelen bij faillissement?
Voor een geslaagd beroep op de faillissementspauliana moeten drie elementen tegelijk aanwezig zijn. Ontbreekt er één, dan houdt de actie op.
Het eerste vereiste is een onverplichte rechtshandeling. Een factuur die gewoon op de vervaldag wordt betaald, valt er in beginsel buiten. Maar ook een verplichte betaling kan worden aangevochten via artikel 47 Fw, als sprake was van samenspanning of als de schuldeiser wist dat het faillissement al was aangevraagd.
Het tweede vereiste is benadeling van schuldeisers. De vraag is of schuldeisers door de handeling in een slechtere verhaalspositie zijn gekomen. Gedeeltelijke benadeling volstaat: als de boedel kleiner wordt door een transactie, is aan dit vereiste in principe voldaan.
Het derde vereiste is wetenschap van benadeling, zowel bij de schuldenaar als bij de wederpartij. Beide partijen moeten hebben geweten (of redelijkerwijs hebben kunnen weten) dat de handeling schuldeisers zou benadelen.
Bij rechtshandelingen binnen één jaar vóór het faillissement geldt een wettelijk bewijsvermoeden: wetenschap wordt dan vermoed aanwezig te zijn, en de bewijslast verschuift naar de wederpartij.
10 denkbeeldige situaties
Paulianeus handelen draait meestal om één kernpunt: vlak voor een faillissement wordt vermogen bewust verschoven, weggegeven of onder de waarde verkocht. Soms wordt één schuldeiser nog snel bevoordeeld, terwijl andere schuldeisers daardoor minder of niets meer kunnen verhalen.
Hieronder zie je 10 denkbeeldige situaties met onze toelichting waarom dit paulianeus is.
| Situatie | Waarom paulianeus |
|---|---|
| Auto goedkoop verkocht aan familielid | Vermogen verdwijnt uit de onderneming, waardoor schuldeisers minder kunnen verhalen. |
| Machines of voorraad weggegeven | Een schenking vlak voor faillissement is verdacht als schuldeisers daardoor worden benadeeld. |
| Bevriende schuldeiser eerst betaald | Eén partij wordt voorgetrokken, terwijl andere schuldeisers met lege handen achterblijven. |
| Pandrecht gegeven voor oude schuld | Een schuldeiser krijgt extra zekerheid, ten koste van de rest van de schuldeisers. |
| Voorraad verkocht maar niet betaald | Op papier lijkt het een verkoop, maar feitelijk verdwijnt waarde uit de boedel. |
| Klantencontracten naar nieuwe bv | De oude onderneming blijft leeg achter, terwijl de waarde doorgaat in een nieuwe bv. |
| Inventaris verkocht aan bestuurder | Verdacht als de prijs te laag is of spullen buiten bereik van schuldeisers worden gebracht. |
| Schuld bestuurder kwijtgescholden | De onderneming ziet af van geld waar schuldeisers eigenlijk aanspraak op konden maken. |
| Lening versneld terugbetaald | Als betaling nog niet hoefde, kan dit andere schuldeisers onterecht benadelen. |
| Merknaam goedkoop overgedragen | Waardevolle activa verdwijnen uit het faillissement en komen bij een andere partij terecht. |
Wanneer is de terugkijktermijn langer dan een jaar?
De standaardtermijn voor de faillissementspauliana is één jaar vóór de faillietverklaring. Maar die grens is niet absoluut, want voor bepaalde categorieën kan de curator verder terugkijken.
Giften zijn hierbij een klassiek voorbeeld. Als een bestuurder of aandeelhouder vermogen om niet overdraagt, kan de curator dat aanvechten zolang de benadeling aantoonbaar is, óók als de schenking meer dan een jaar geleden plaatsvond. Er is geen economische uitwisseling die de benadeling rechtvaardigt.
Transacties met nauw betrokkenen worden eveneens kritischer beoordeeld. Verkoop van activa aan een echtgenoot, ouder, kind of een vennootschap met een belang van de bestuurder trekt altijd de aandacht. De relatie zelf wekt al het vermoeden van wetenschap en de curator hoeft minder te bewijzen.
Lees ook: Onverschuldigde betaling: betekenis, terugvorderen & verjaring
Wanneer speelt bestuurdersaansprakelijkheid?
Paulianeus handelen staat zelden los van bestuurdersaansprakelijkheid. Dat zijn twee verschillende rechtsgrondslagen, maar ze overlappen sterk in de praktijk. Artikel 2:248 BW regelt de aansprakelijkheid bij faillissement.
Bij kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is, kunnen bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het gehele tekort. Paulianeuze handelingen zijn een sterk signaal van dat onbehoorlijk bestuur.
Naast artikel 2:248 BW kan een bestuurder ook worden aangesproken op grond van onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW. Zelfs een feitelijk bestuurder die nooit formeel was aangesteld maar wel de touwtjes in handen had, valt onder deze grondslag.
De consequentie kan ingrijpend zijn. Een veroordeling op grond van artikel 2:248 BW betekent dat de bestuurder privé opdraait voor het volledige tekort. In grotere faillissementen zijn dat bedragen die zomaar in de miljoenen lopen, het scherm van de BV biedt dan geen bescherming.

Is paulianeus handelen strafbaar?
Paulianeus handelen is primair een civielrechtelijk begrip: de curator vecht de handeling aan en probeert vermogen terug te halen voor de boedel. Maar dezelfde gedragingen kunnen ook strafrechtelijk worden vervolgd.
Het gaat dan om bedrieglijke bankbreuk, strafbaar gesteld in de artikelen 341 en 343 Sr. Artikel 341 geldt voor de schuldenaar zelf, artikel 343 voor bestuurders van rechtspersonen. Strafbare gedragingen zijn onder andere: goederen verduisteren, schulden fingeren, de administratie vernietigen of één schuldeiser bewust bevoordelen.
De lat voor strafrechtelijke vervolging ligt hoger dan bij de civiele pauliana. Het OM moet opzet bewijzen, dat is een zwaardere bewijslast dan het civielrechtelijke vereiste van wetenschap van benadeling.
In de praktijk worden beide trajecten regelmatig naast elkaar ingezet. Een vrijspraak in het strafrecht sluit een succesvolle civiele actie niet uit, én andersom.
Paulianeus handelen begint waar schuldeisers bewust buitenspel worden gezet.
5 voorbeelden van paulianeus handelen
Paulianeus handelen is misschien nog makkelijker te begrijpen aan de hand van concrete situaties. Hieronder vijf veelvoorkomende voorbeelden uit de praktijk, elk met een toelichting op waarom de curator kan ingrijpen.
1. Winstgevend onderdeel vlak voor faillissement verkocht
Moederbedrijf Brova (van de ketens HoutBrox, Duthler en Purdey) ging in 2016 failliet. Drie weken daarvoor verkochten de eigenaren Purdey Mode, juist het enige onderdeel dat op dat moment nog winstgevend was.
De prijs bedroeg 250.000 euro. Koper was investeringsmaatschappij O&C, waarmee mede-eigenaar Verheij nauwe banden had. Verheij noemde de verkoop later zelf het ‘parkeren’ van Purdey, wat de curatoren wantrouwden.
De curatoren grepen in en kregen gelijk: de rechter vond dat schuldeisers waren benadeeld. O&C moest Purdey terugleveren, waarna het bedrijf uiteindelijk voor 1,1 miljoen euro werd verkocht.

2. Schikking met piloten alsnog aangevochten
Air Holland had pensioenpremies ingehouden op de salarissen van piloten, maar deze niet afgedragen. Ook de salarissen zelf liepen achter, waardoor de druk vanuit pilotenvereniging VNV steeds verder toenam in korte tijd.
Om een procedure bij de Ondernemingskamer te voorkomen, sloot Air Holland een vaststellingsovereenkomst met VNV. Via een stichting en beslag onder D-Reizen kwam ruim 283.000 euro bij de piloten terecht.
Zes weken later volgde het faillissement. De curatoren vochten de constructie aan, omdat één groep schuldeisers was bevoordeeld. De Hoge Raad gaf hen gelijk en maakte het arrest richtinggevend voor latere procedures.
3. Mercedes als betaling voor huurachterstand
Budero BV had bij zijn verhuurder een huurachterstand van ruim 41.000 euro. In oktober 2023 verkocht Budero een Mercedes-Benz aan die verhuurder voor een bedrag van 33.073 euro exclusief betaling.
Dat bedrag werd niet aan Budero betaald, maar in plaats daarvan werd het verrekend met de openstaande huur. De onderneming ontving dus geen liquiditeit, terwijl de auto wel uit de boedel verdween.
Na het faillissement vocht de curator de verrekening aan: de rechtbank wees de vordering af, omdat de verrekening een handeling van de verhuurder was, niet van de failliete schuldenaar zelf.
Paulianeus handelen is geen slimme zet, maar vooral uitstel van problemen.
4. Advocaten bevoordeeld in laatste weken
Royal Imtech ging in augustus 2015 failliet, met een tekort van ongeveer 1,5 miljard euro. In de jaren daarvoor waren zeer grote bedragen betaald aan ondernemingsrecht advocaten en financiers rondom herstructureringen.
De curatoren stelden dat in de laatste weken voor faillissement selectief was betaald. Volgens hen waren bepaalde schuldeisers bevoordeeld en waren sommige declaraties buitensporig hoog of onvoldoende goed te rechtvaardigen.
Zij vorderden onder meer 4,5 miljoen euro terug. De zaak laat goed zien dat pauliana-onderzoek bij grote faillissementen complex is, zeker wanneer adviseurs jarenlang intensief bij de onderneming betrokken waren geraakt.
5. Vordering van 350.000 euro verkocht voor 50.000 euro
Een vennootschap verkocht vlak voor faillissement een vordering van 350.000 euro aan haar eigen financieel adviseur. De koopprijs bedroeg slechts 50.000 euro, dus slechts een fractie van de werkelijke waarde.
Daardoor kreeg de adviseur een waardevolle positie, terwijl de boedel ongeveer 300.000 euro kleiner achterbleef. Voor de overige schuldeisers betekende dit dat er veel minder te verdelen overbleef bij afwikkeling.
De curator vernietigde de cessie met succes; het hof accepteerde het beroep op verrekening niet. De zaak toont dat ook adviseurs kunnen worden aangesproken wanneer zij profiteren van een noodlijdende onderneming.

Hoe gaat de curator te werk?
Zodra een curator is aangesteld, begint deze direct met het reconstrueren van de financiële geschiedenis van het failliete bedrijf. Hij vraagt de volledige administratie op, analyseert bankafschriften en inventariseert alle transacties uit de aanloop naar het faillissement.
Ontdekt de curator een verdachte transactie, dan stuurt hij doorgaans eerst een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring aan de wederpartij. Gaat die niet akkoord, dan stapt hij naar de rechter. De vernietiging werkt terugwerkend, alsof de handeling nooit heeft plaatsgevonden.
Wie als wederpartij zo’n brief ontvangt, doet er verstandig aan direct een advocaat in te schakelen. Goede trouw is een verweer, maar het moet concreet worden onderbouwd. Een minnelijke regeling is vaak realistischer én goedkoper dan doorprocedureren.
Veelgestelde vragen
Paulianeus handelen betekent dat een schuldenaar vlak voor faillissement vermogen wegsluist, verkoopt of overdraagt, waardoor schuldeisers minder kans hebben om hun geld terug te krijgen.
Een verkoop kan paulianeus zijn als iets duidelijk onder de marktwaarde wordt verkocht en schuldeisers daardoor benadeeld worden, vooral wanneer financiële problemen al bekend waren.
Dat mag soms, maar het wordt riskant als één schuldeiser bewust wordt bevoordeeld terwijl andere schuldeisers achterblijven en nauwelijks nog verhaal kunnen halen.
Ja, een curator kan een verdachte transactie vernietigen als blijkt dat schuldeisers zijn benadeeld en de betrokken partijen dit wisten of hadden moeten begrijpen.
Lees ook: Verschil bedrijfsrecht en ondernemingsrecht
Kortom, de faillissementswet geeft een curator veel bevoegdheden
Wie denkt dat slimme constructies vlak voor een faillissement onaantastbaar zijn, onderschat de bevoegdheden van een ervaren curator. De faillissementswet geeft hem de middelen om jaren terug te kijken, transacties te reconstrueren en vernietiging te vorderen.
Voor bestuurders is de boodschap helder: als het bedrijf in zwaar weer verkeert, is het moment om te handelen niet wanneer de crediteurenbrieven binnenstromen, maar eerder.
De grens tussen een bestuursbeslissing en paulianeus handelen is dunner dan de meeste ondernemers zouden willen en achteraf is die grens altijd scherper zichtbaar.