De vernieuwde beroepsopleiding voor advocaten krijgt nog geen slecht rapport, maar écht enthousiast zijn veel startende advocaten nou ook weer niet. Vooral op één punt klinkt duidelijke kritiek: de opleiding bereidt hen volgens henzelf nog niet goed genoeg voor op het echte werk in de praktijk. Dat is opvallend, want juist dat was een belangrijk doel van de vernieuwing.
In 2021 is de opleiding aangepast: de duur ging van drie naar twee jaar en er kwam meer nadruk op praktijkvaardigheden en ethiek. Tegelijk werd de studielast verlaagd. Het idee daarachter was logisch: minder overbodige herhaling van theorie en meer aandacht voor wat jonge advocaten echt nodig hebben in hun eerste jaren.
Op papier klinkt dat als een verstandige stap, toch blijkt nu dat veel startende advocaten vinden dat de opleiding nog niet goed genoeg aansluit op hun dagelijkse werk.
Praktijk vraagt om andere kennis en vaardigheden
Een belangrijk punt van kritiek is dat de opleiding volgens veel jonge advocaten te weinig ingaat op wat zij in de praktijk echt tegenkomen. Vooral procesrecht wordt vaak genoemd als onderwerp dat meer aandacht verdient. Dat is goed te begrijpen, want juist in de dagelijkse advocatenpraktijk is kennis van procedures enorm belangrijk.
Als je als beginnend advocaat dossiers behandelt, cliënten spreekt en stukken opstelt, moet je niet alleen juridisch kunnen denken, maar ook weten hoe een procedure in de praktijk werkt. Daar zit volgens veel starters nog een gat tussen opleiding en werkelijkheid.
Daarnaast geven zij aan dat ook vaktechnische vaardigheden sterker mogen worden uitgewerkt. Het gaat dus niet alleen om kennis van regels, maar ook om de toepassing ervan. Jongere advocaten willen beter voorbereid zijn op wat er echt van hen wordt gevraagd zodra zij aan het werk zijn.
Niveau wordt als te laag ervaren
Nog een opvallende uitkomst is dat veel startende advocaten het niveau van de opleiding niet te hoog, maar juist te laag vinden. Dat betekent niet per se dat zij meer lesstof willen of een zwaarder programma eisen. Het laat vooral zien dat zij meer diepgang en meer relevantie missen.
Voor een beroepsopleiding is dat best belangrijk. Beginnende advocaten verwachten dat zo’n opleiding hen uitdaagt en scherper maakt. Als het niveau te laag aanvoelt, ontstaat snel het gevoel dat de opleiding niet genoeg toevoegt aan wat zij al weten of kunnen.
De wens lijkt dan ook niet te zijn om simpelweg meer druk op de opleiding te zetten. Wat starters vooral zoeken, is een betere inhoud. Ze willen onderwijs dat sterker verbonden is met echte dossiers, echte procedures en actuele vragen uit de advocatuur.
Lees ook: Jonge advocaten willen minder vaak partner worden
Studiedruk van advocaten is verbeterd
Op een ander punt lijkt de vernieuwing wel geslaagd, want de studiedruk is duidelijk afgenomen en wordt door de meeste stagiairs als goed ervaren. Dat was ook een van de belangrijkste doelen van het nieuwe curriculum. In die zin heeft de aanpassing dus gewerkt.
Toch maakt dit ook iets duidelijk: een lagere studiedruk ís prettig, maar zegt nog niet automatisch dat de opleiding beter is. Als de balans doorslaat naar te weinig inhoud of te weinig uitdaging, schiet de opleiding alsnog tekort. Een deel van de stagiairs ervaart de studiedruk nu zelfs als te laag.
Daarmee ontstaat een interessant beeld; de opleiding is toegankelijker en beter te combineren met het werk, maar volgens veel starters is dat ten koste gegaan van de inhoudelijke en praktische voorbereiding. Minder zwaar is dus niet automatisch beter..
Patroons positiever dan de startende advocaten
Opvallend is dat patroons vaak een stuk positiever zijn. Zij vinden in meerderheid dat de opleiding startende advocaten inhoudelijk juist wel goed voorbereidt op de praktijk. Dat verschil in beleving is interessant. Kennelijk kijken patroons en stagiairs niet helemaal hetzelfde naar de opleiding.
Misschien komt dat doordat patroons meer letten op de brede basis en de algemene ontwikkeling van jonge advocaten. Startende advocaten kijken juist vanuit hun dagelijkse ervaring: wat heb ik hier echt aan op kantoor, in dossiers en in procedures? Daardoor kan hetzelfde programma voor de één voldoende voelen en voor de ander juist te beperkt.
Wel zijn ook patroons niet overal tevreden over. Net als de jonge advocaten vinden zij dat er meer aandacht mag komen voor actuele ontwikkelingen. Vooral AI en procesrecht worden daarbij genoemd als onderwerpen die belangrijker worden in de praktijk en dus ook steviger in de opleiding terug moeten komen.
Beroepsopleiding moet beter aansluiten op advocatuur van nu
In de ogen van Legals.nl is de belangrijkste conclusie dat de vernieuwde beroepsopleiding nog niet helemaal brengt wat ervan werd verwacht. De lagere studiedruk wordt gewaardeerd, maar veel startende advocaten missen diepgang, praktijkgerichtheid en aansluiting op actuele ontwikkelingen.
Dat betekent niet dat de opleiding mislukt is. Wel laat het onderzoek zien dat verdere verbetering nodig is. Zeker procesrecht, praktische vaardigheden en het gebruik van AI in de rechtspraktijk verdienen meer aandacht. Juist daar zit voor veel jonge advocaten de link met hun dagelijkse werk.
Als de opleiding echt toekomstbestendig wil zijn, moet zij niet alleen prettig georganiseerd zijn, maar vooral beter aansluiten op wat een beginnend advocaat vandaag de dag nodig heeft.